|
Overzicht INFORMATIE
SCHOOLLEVEN
HISTORIEK
ARCHIEF
Handzamestraat 18
@mmikortemark.be Campus
Onze-Lieve-Vrouw van Troost
Campus Huilaert
Links
ANDERE LINKS
|
||||||||
![]() |
||||||||
|
Margareta-Maria-Instituut Kortemark De eerste graad
|
Aangepast 2010-01-13 15:26
|
|||||||
|
Tussen 12 en 18 jaar ondergaan alle jongeren een enorme evolutie. Het secundair onderwijs moet daarop kunnen inspelen door in de studieloopbaan meerdere keuzemomenten te voorzien, door te vroege specialisatie uit te stellen en door rekening te houden met mogelijke verschuivingen in de persoonlijke interesse. Bij de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs zijn bij een aantal leerlingen de studiecapaciteit en de belangstelling voldoende gekend om een eerste voorlopige keuze te kunnen maken. Veel anderen zijn meer gebaat met een eerste meer algemeen jaar om pas later de beste keuze te kunnen vastleggen. Voor zwakke of minder sterke leerlingen of voor leerlingen die in de basisschool achterstand hebben opgelopen, biedt het leerjaar B (of brugjaar) de beste oplossing. Even verduidelijken aan de hand van een schema:
Dit alles kan binnen het Eerste leerjaar dat in het Katholiek Onderwijs overal op dezelfde manier wordt uitgebouwd.
Wie geen Latijn kiest in het 1ste jaar, kan er nadien niet meer mee beginnen. Latijn is immers vanaf het 1ste jaar een begincursus waarop verder wordt gebouwd in het tweede jaar. In de 1ste graad is technologische opvoeding verplicht voor iedereen. De kleinere keuzen in het 2de gemeenschappelijk leerjaar (5u of 7u) noemt men basisopties Het tweede leerjaar is nog steeds "gemeenschappelijk". In feite wordt deze "gemeenschappelijkheid" beperkt door eigen leerplannen per optie voor Frans, Wiskunde, Engels en Wetenschappen. Een ASO-leerling zal deze vakken dus op een ander niveau onderwezen krijgen dan een leerling uit een technisch gerichte optie. Verschillende lessenroosters: DOELSTELLINGEN EN ORGANISATIE VAN
DE EERSTE GRAAD 1. Indeling van de klassen.
In het eerste en tweede leerjaar worden homogene klassen gevormd, d.w.z. klassen van ongeveer hetzelfde peil: de leerlingen worden gespreid over een 10-tal klassen op basis van het bereikte studiepeil op het einde van het zesde leerjaar, van de aanleg en van het gekozen keuzepakket of optie. Door het vormen van homogene klassen krijgen alle leerlingen - voor de gemeenschappelijke vakken - dezelfde basisleerstof onderwezen. De tijd die overblijft, wordt in zwakkere klassen besteed aan het verder inoefenen van de basisleerstof. In sterkere klassen wordt ondertussen aan verdieping gedaan en krijgen de leerlingen bijkomende oefeningen waarvan de moeilijkheidsgraad groter is en waar meer denk- en redeneringswerk bij te pas komt. Op die manier komen alle leerlingen aan hun trekken.
2. De school moet de hele mens vormen. Naast het verwerven van kennis en wetenschap, gaat de volle aandacht naar de vorming van de hele mens. De 12-jarige leert ook objectief oordelen en kritisch denken. Op school wordt daarnaast ook aandacht geschonken aan de ontwikkeling van bepaalde attitudes of grondhoudingen die van groot belang zijn voor het latere leven : verdraagzaamheid, openheid en hoffelijkheid, liefde, verantwoordelijkheidszin, doorzetting, stiptheid, orde, enz.
3. Hulp bij het studeren. De moeilijkheden die sommige leerlingen ondervinden bij het studeren,
zijn meestal zo specifiek
4. Titularisuurtje. Alle leerlingen van de eerste graad hebben wekelijks een titularisuurtje (in het lessenrooster ingebouwd). Samen met de klassenleraar worden iedere week een aantal punten behandeld, zoals hulp bij het studeren (zie hierboven), werken aan goede klassfeer, meedelen van praktische zaken of schikkingen, ... 5. Leren regelmatig studeren. Vele jongeren hebben de neiging om enkel te studeren wanneer een reeks examens gepland is. Voor de verdere studieloopbaan is het echter van belang dat de leerlingen leren regelmatig werken. Dit wordt bekomen door :
Zo leren de leerlingen regelmatig werken en kunnen tekorten tijdig opgespoord en verholpen worden.
6. Observatie en oriëntatie van de leerlingen.
Om met grote zekerheid de passende richting voor elke leerling te kunnen bepalen, hebben de leerkrachten in de eerste graad een taak van observatie: elke leerkracht onderwijst niet enkel één of meerdere vakken, maar gaat bovendien na hoe de leerling erop inhaakt, welke zijn of haar belangstelling, bekwaamheden of vaardigheden zijn. Regelmatig komen alle leerkrachten van een bepaalde klas samen met een CLB-medewerker om de resultaten, de houding, de inzet en de vorderingen van de leerlingen te bespreken. Deze bijeenkomsten noemt men klassenraad. Ze laten toe elke leerling geleidelijk te oriënteren naar een richting die het best met zijn of haar mogelijkheden en belangstelling overeenkomt.
7. Informatie naar de ouders toe. De bevindingen van de klassenraad worden, samen met de resultaten, en de bemerkingen i.v.m. gedrag op school en houding in klas, genoteerd :
8. I C T = I n f o r m a t i e- e n c o m m u n i c a t i e t e c h n o l o g i e.
De bedoeling is wel dat leerlingen in het 3de jaar alle basisvaardigheden kennen zodat men in andere lessen (bv. aardrijkskunde) onmiddellijk kan werken rond het onderwerp van de les (bv. zoek de reliëfkaart van België op internet, het weer vandaag, ...)
Hierbij worden kansen gecreëerd voor leerlingen die om één of andere reden niet met de stroom meekunnen. Want in een maatschappij waarin presteren steeds belangrijker wordt, dreigen jongeren die niet kunnen beantwoorden aan de hoge eisen die aan hen gesteld worden, uit de boot te vallen. Wij willen deze jongeren maximaal ondersteunen, want het MMI is meer dan een school... Voor leerlingen met een attest van een leer- of ontwikkelingsstoornis (dyslexie, dyscalculie, dyspraxie, …) wordt in samenspraak met de kernklassenraad en het CLB een individueel didactisch paspoort opgesteld. Hierin staan speciale maatregelen genoteerd opdat de betreffende leerlingen de lessen beter kunnen volgen en juister geëvalueerd kunnen worden. Leerlingen met een ontwikkelingsstoornis (hardhorigheid, slechtziendheid, autisme,...) krijgen enkele uren per week GON-begeleiding. In afspraak met de school komt een externe begeleider iedere week extra ondersteuning geven aan deze leerlingen en hun leerkrachten. Het logo van de
leerlingenbegeleiding op het Margareta-Maria-Instituut is een EGEL, sym De EGEL is ook de naam van de ruimte waar de leerlingen altijd terecht kunnen bij iemand van de leerlingenbegeleiding wanneer ze ergens erg mee zitten. Tijdens de middagpauze verzorgt een groep enthousiaste leerkrachten een permanentiedienst Leerlingenbegeleiding. Leerlingen hebben er soms nood aan om hun hart te kunnen luchten, anderen zijn op zoek naar hulp.
Voor vele kleine probleempjes zal de leerkracht met permanentie een concrete oplossing kunnen bieden of in het vooruitzicht kunnen stellen. Bij blijvende of ernstige problemen zorgt de cel Leerlingenbegeleiding voor een individuele begeleiding van de leerling. Er kan ook samen gezocht worden naar een externe begeleidingsdienst. Vanzelfsprekend kan de betrokken leerling daarbij rekenen op onze discretie. De cel leerlingenbegeleiding werkt nauw samen met het CLB Torhout. De leerlingenbegeleiding is elke dag in de Egel aanwezig : een overzicht van de “zitdagen” van de permanentiedienst én de cel wordt onder de vorm van een bladwijzer aan elke leerling uitgedeeld. Leerlingen kunnen zich spontaan melden maar ook leerkrachten en/of de klassenraad kunnen leerlingen doorverwijzen. Ook ouders kunnen de leerlingenbegeleiding contacteren.
De leerbegeleiding wordt grotendeels ingevuld door inhaallessen (voornamelijk van de hoofdvakken). In deze lessen worden bepaalde stukken van de leerstof opnieuw uitgelegd. Het voordeel is dat er op die momenten trager én in kleinere groepen gewerkt wordt. Wie welke inhaalles volgt, wordt beslist/geadviseerd in de klassenraad. Daarnaast wordt tijdens de lessen
ook heel veel aandacht besteed aan ‘leren leren’. Orde, zelfdiscipline,
plannen, Maar wij, leerkrachten alleen kunnen het niet. Het werk voor school moet ook in het gezinsleven een belangrijke plaats krijgen. Wij vinden de betrokkenheid van de ouders bij het studeren heel belangrijk. Wij verwachten hierbij niet zozeer dat de ouders de leerstof opnieuw uitleggen, maar wel dat er thuis gezorgd wordt voor orde, discipline en regelmaat. Naast de rol van de ouders en van ons als school, is er ook de niet te vergeten rol van de leerling zelf. Het is een feit dat de leerling in de eerste plaats zelf de nodige tijd moet besteden aan schoolwerk en daarnaast ook over de nodige capaciteiten moet beschikken om de richting te kunnen volgen waarvoor hij/zij gekozen heeft. We dromen samen met u van gemotiveerde en bekwame leerlingen die over een efficiënte leervaardigheid beschikken en die zo nog voldoende tijd over houden voor de nodige ontspanning en verdere zelfontplooiing.
|
||||||||
Voor vragen en/of suggesties, contacteer John Aspeslagh