| Margareta-Maria-Instituut
Kortemark Historiek 20 jaar afgestudeerden Bijzondere Jeugdzorg 3de graad TSO 1982-2002
|
| In
1961, startte in het Margareta-Maria-Instituut (MMI) de hogere
secundaire beroepsafdeling Familiale Hulp, eerste richting op
niveau van de hogere cyclus en waarvan de benaming enkele jaren later werd
gewijzigd in Gezins- en Sanitaire Hulp. Deze richting staat aan de
wieg van de latere 3de graad BSO en TSO. Zonder haar zou het MMI
waarschijnlijk beperkt zijn gebleven tot een middenschool. In
1972 treedt het MMI, samen met de regio Torhout, toe tot het VSO.
Kort daarop, in 1974, werd de fameuze remwet van kracht die het oprichten
van nieuwe afdelingen verbood zolang er geen rationalisatieplan was
uitgewerkt voor het secundair onderwijs..
In
1978 krijgt het MMI, via de interne planificatieprocedure van het eigen
net, toelating
om op 01 september 1979 in de kwalificatieafdeling te starten met de 3de
graad TSO Bijzondere Jeugdzorg. Deze aanvraag was gegroeid uit de
vaststelling dat te veel ook theoretisch sterke leerlingen de BSO-richting
Gezins- en Sanitaire Hulp kozen omdat de technische richting Bijzondere
Jeugdzorg in de provincie nog onbestaande was. De geografische
ligging van Kortemark was bovendien strategisch: centraal in de provincie
en temidden de instellingen en MPI’s waar de nood aan gekwalificeerd
personeel bijzonder groot was.
Begin
juli 1979 kwam de vakantieklap! Ondanks het optimisme van de Guimardstraat
i.v.m. het omzeilen van de remwet voor scholen met VSO-structuur in
opbouw, geeft de toenmalige minister van Nationale Opvoeding geen
toelating tot oprichting. Immense ontgoocheling voor leerkrachten en
directie en voor de meer dan 20 leerlingen die zich reeds hadden
aangemeld. Op
1 september 1979 kwam ik in dienst als directeur van de Begin
november 79 zetten we ons aan het werk met de moed der wanhoop. Het bezoek
aan de stageplaatsen nam zo’n drie maanden in beslag. Mevrouw Monique
Ryon, stagecoördinator van de richting Gezins- en Sanitaire
Hulp, legde de contacten en vergezelde ons herhaaldelijk op onze
kruistocht. Voor de leerplannen van de pedagogische
vakken zorgden onze lerares Psychologie Jo Crevits en de Heer Marniek
Depuydt, toen assistent aan de Universiteit van Gent. Eind februari was
het lijvig dossier af dat, samen met de bijlagen, 387 bladzijden telde.
Het werd toegestuurd aan de Rijksinspectie, die onmiddellijk enthousiast
reageerde en ter plaatse polshoogte kwam nemen. Ook heel wat eminente
politici die ons eventueel konden steunen en vooral helpen bij het
omzeilen van de remwet, kregen een exemplaar. Ook
de planificatieprocedure binnen het eigen net moest opnieuw worden
opgestart. Nog In
de stageplaatsen lieten wij op onze beurt wat huiswerk achter. We vroegen
aan de verantwoordelijken een uitgebreide vragenlijst te beantwoorden die
ook werd opgenomen in de bijlagen aan het dossier. De bezochte
stageplaatsen lagen voornamelijk in centraal en Noord-West-Vlaanderen. De
Rijksinspectie had immers gevraagd het Zuidelijk gedeelte onontgonnen te
laten voor een latere tweede oprichting want twee opleidingen per
provincie leek hen ideaal. Twintig jaar later werken we ook nog
steeds met de meeste van deze instellingen.
Op
politiek vlak had zich ondertussen een mirakel voltrokken. De
CVP-BSP-regering werd herschikt en naast een socialist was de CVP-er
Gaston Geens tot adjunct-minister van Nationale Opvoeding aangesteld. Hij
kreeg volledige bevoegdheid over het vrij onderwijs. Een aantal
mandatarissen, onder wie Leo Tindemans, kwamen bij hem tussen en op 26
juni 1980 verleende Gaston Geens toelating tot oprichting en subsidiëring
van de nieuwe richting. Een afwijking op de remwet … in het belang van
de West-Vlaamse gehandicaptenzorg waar de nood aan gekwalificeerd
personeel bijzonder hoog was.
De licentiaten AV met een onderwijsopdracht in het 4de jaar, kregen meteen uitbreiding in het 5de jaar. Voor de specifieke vakken namen we pedagogen in dienst: Hilde De Ganck en Rik Logghe voltijds, en Marniek Depuydt deeltijds. Van
bij de start, was het lerarenkorps
overtuigd van het belang van de expressievakken
in het geheel van de opleiding. Begin 1981 startten leraar
Nederlands Dirk Mouton samen lerares PO Chris Lagrou een project
poppenkast op. Mieke Vannieuwehuyse verzorgde de lessen muzikale
expressie. De lessen en projecten expressie lopen als een rode draad door
de voorbije twintig jaar.
Op
1 september 1981 deden de eerste aspirant-opvoeders hun intrede in het
meisjes-bastion dat het MMI toen nog was. Rik Claeys, Lode Creytens, Dries
Gellynck , Gino Vangroenweghe en Johan Verbrugghe
werden extra verwend door Zuster Alberta . Ze mochten altijd voor de
meisjes de refter betreden en aan de jongenstafel(!)
zorgde de Zuster voor extra grote porties.
De
eerste lichting opvoedsters verliet de school op 29 juni 1982. In mijn
toespraak tot de schoolverlaters benadrukte ik dat “29 juni 1982 ook een
belangrijke dag was voor het MMI”. Ons instituut reikte immers voor het
eerst getuigschriften HSO en maturiteitsdiploma’s uit.
Leerlinge n
die zich verder wilden vervolmaken, kregen vanaf 1 september 82 de kans om
ter plaatse een 7de jaar te volgen. Dit 7de jaar hadden onze pedagogen
geconcipieerd in samenwerking met hun collega’s van Sint-Maria
Antwerpen. De gelijktijdige oprichting te Antwerpen en Kortemark was
mogelijk door de steun en aanmoediging van de heren rijksinspecteurs. Eind
1983 volgden de ontwerpleerplannen voor een tweede 7de specialisatiejaar
TSO, nl.
Internaatswerking waarmee we zijn gestart op 1 september
1984. Hier leiden we de leerlingen op tot opvoeder in een schoolinternaat.
Vanaf
1983 werd gebouwd met de steun van het Nationaal Waarborgfonds. De Algemeen
Overste was bereid om een perceel in erfpacht te geven. De Parkingvleugel
werd in november 1985 plechtig ingewijd door Mgr Vangheluwe in
tegenwoordigheid van de Minister van Onderwijs Daniël Coens.
De uitspraak van Minister Coens dat onze “school een zegen is
voor de streek”, zou nog lang bijblijven als een blijk van
waardering voor het werk van de vele zusters en leken die het instituut
hadden gemaakt. De parkingvleugel werd de thuishaven van de richting Bijzondere
Jeugdzorg.
En
weer vierden we feest. Gedurende
het schooljaar 91-92 was BJ tien jaar jong. In november waren de
oud-leerlingen op school uitgenodigd voor een gezellig samenzijn. Op
zaterdag 25 januari vergasten we de bewoners van de instellingen op een
optreden van de groep Kamelot. De namiddag werd besloten met een
integratie-fuif. Het
schooljaar 93-94 was bijzonder druk: een actie ten voordele van Somalië,
een spetterend optreden van 6BJ ten voordele van Broederlijk delen, een
prachtig expressieproject en een massa-sportdag in De Panne als afsluiter. 1994. Het doek valt definitief over het VSO in de 3de graad. Een comfortabel en flexiebel systeem dat qua structuur en sanctionering zijn waarde had bewezen, moest plaats ruimen voor de eenheidsworst. Drie diploma’s werden herleid tot één. Waar tijdens de VSO-periode afzonderlijke getuigschriften werden uitgereikt voor praktijk en theorie, werd het vanaf nu alles of niets.
Oktober 1996. Witte mars ook te Kortemark. De derde graad loopt vooraan.
1999.
Schaalvergroting in het onderwijs. Samenwerking en overleg i.p.v.
concurrentie. De individuele school behoudt zijn lokaal bestuur en
eigenheid maar de scholen stemmen de violen op elkaar af qua handboeken,
methodiek en rekrutering. Vakvergaderingen, pedagogische
studiedag en planificatie gebeuren voortaan op niveau van de SG.
Opnieuw is er reden tot feesten. Door de aangroei van het aantal leerlingen is een “nieuwe nieuwbouw” noodzakelijk. Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap verrijst de Millenniumvleugel en –speelplaats. Mgr Vangheluwe wijdt het gebouw in op 23 februari 2001. Het
relaas geven van twintig jaar projecten is onbegonnen werk. Waar de
projecten in het
De
richting kende ook pijnlijke momenten in de loop van deze twintig jaar.
Het werd erg koud in de groep toen Nathalie
en Kenny ons midden het schooljaar ontvielen. Van oud-lerares
Marie-Thérèse Gustin en oud-leerlinge Kathleen Van Marcke vernamen we
het overlijden nadat ze het MMI hadden verlaten.
Gedurende
die twintig jaar kende de schoolbevolking een forse stijging. Voor de 3de
graad Bijzondere Jeugdzorg begon ze pas rond 1995. Momenteel
vertegenwoordigt
de 3de graad BJ zo’n 12% van de totale schoolbevolking. In 1980 telde
het pedagogisch team van Bijzondere Jeugdzorg twee F.T. en
één P.T. Momenteel zijn er negen leerkrachten F.T. en één P.T.
In de richting Verzorging zijn nog eens twee F.T. en één P.T. aan
de slag zodat we voor heel de school uitkomen op een totaal van twaalf F.T.-opdrachten
pedagogische vakken en stagebegeleiding. Omwille van de toename van het
lesurenpakket praktische vakken en stage, hebben we vanaf dit schooljaar
ook recht op een bijkomend ambt van technisch-adviseur. Een half ambt werd
toegekend aan Mevrouw Marij Vanlauwe die instaat voor de coördinatie
binnen de richting Bijzondere Jeugdzorg. Dit schooljaar telt het
5de jaar BJ 56 leerlingen, het 6de 46 en het 7de LGW 31.
Verdere
studies. Waar in het begin nog geen derde van de zesdejaars Bijzondere
Jeugdzorg verder studeerden, merken we de laatste jaren dat meer dan
de helft starten met verdere studies.
Dit is uiteraard een gelukkige evolutie. Nog
even de toestand van 1980 in herinnering brengen. Toen was er één
opleiding per
provincie waarvan twee in het traditioneel onderwijs en twee
in de VSO-structuur. In het gemeenschapsonderwijs was de opleiding nog
onbekend. Vandaag vermeldt de website van het Departement Onderwijs 23
opleidingen: 14 in het vrij onderwijs en 9 in het gemeenschaps- of
gemeentelijk onderwijs. Onze eigen provincie telt ondertussen vijf
opleidingen waarvan twee in het gemeenschapsonderwijs.Wat ons eigen net
betreft, zijn de centrale organen en de planificatiecommissies de
wildgroei blijven tegengaan. Alhoewel
de nieuwe benaming Jeugd- en gehandicaptenzorg reeds officieus
wordt gebruikt, wordt ze pas officieel vanaf volgend schooljaar, te
beginnen in het 5de jaar. Of het 7de jaar een andere inhoud en benaming
zal krijgen, is momenteel nog niet duidelijk.
|
GA TERUG OF DOOR NAAR:
Laatst bijgewerkt op dinsdag 26 april 2005